logo print   VCM vzw | Abdijbekestraat 9 | B-8200 Brugge
Tel. +32 (0)50 407 201 | info@vcm-mestverwerking.be


 

Bekijk ons nieuwsarchief onderaan de pagina
line

Nieuws

 
Bemestingsproduct uit dierlijke mest niet benadelen
datum02-03-2017

Bemestingsproduct uit dierlijke mest niet benadelen

Voor verwerkte dierlijke mest moeten gelijke regels gelden als voor andere verwerkte mestsoorten. Dat zegt Nederlands Europarlementariër Jan Huitema in de marge van de herziening van de meststoffenverordening op Europees niveau. “Als we de circulaire economie echt serieus nemen dan moeten we mineralenconcentraat uit dierlijke mest laten erkennen als kunstmestvervanger, zodat het kan gebruikt worden bovenop de gebruiksnormen voor dierlijke mest.” Huitema laat deze week druk van zich horen op de Twitter-account @Boerburgertweet waar hij iedereen een blik gunt op zijn drukke bezigheden als politicus annex melkveehouder.
De Nederlandse VVD-politicus Jan Huitema is naast Europarlementslid ook melkveehouder. Als u dat dubbelleven een weekje van dichterbij wil volgen, dan moet u zeker eens een kijkje nemen op het Boerburgertweet-Twitterprofiel, waar Huitema met de smartphone in de hand verslag uitbrengt over het reilen en zeilen in het Europees Parlement én de koeienstal. Huitema probeert dat EU-Parlement momenteel te overtuigen van de noodzaak van een soepelere meststoffenverordening.

Hij is niet de enige. Vanuit Nederland wordt er al jaren gepleit voor een erkenning van het mineralenconcentraat uit dierlijke mest als kunstmestvervanger, omdat het een grote stimulans zou zijn voor de mestverwerkingssector. Tot nu toe is het slechts toegelaten in enkele proefinstallaties. Staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken, bevoegd voor landbouw, probeert bij de nieuwe derogatieonderhandelingen ook derogatie te krijgen voor mineralenconcentraat. Dat zou bij goedkeuring van het plan van Huitema niet meer nodig zijn.

Het is niet de eerste poging om mineralenconcentraat erkend te krijgen als kunstmestvervanger. Waarom gaat het deze keer wel lukken? “Deze wijziging richt zich niet zozeer op toelating van mineralenconcentraat als kunstmestvervanger”, aldus Huitema. “Het wijzigingsvoorstel is gericht op gelijke behandeling van verwerkte dierlijke mest met andere meststoffen. Ik wil een nieuwe definitie van dierlijke mest in de wet: dierlijke mest is dierlijke mest, behalve als het een werkingscoëfficiënt heeft van 80 procent.”

“De 80 procent is een beetje arbitrair gekozen, maar het is de bedoeling om hiermee de angel uit de politieke discussie te halen”, zo legt Huitema uit. “De Europese Commissie heeft tot nu toe nooit toestemming gegeven om mineralenconcentraat te gebruiken boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest, omdat ze de werkingscoëfficiënt te laag vonden en daarmee het uitspoelingsgevaar te groot. Om nu eindelijk duidelijkheid te krijgen bij welke werkingscoëfficiënt mineralenconcentraat wel mag worden gebruikt boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest, neem ik dat in mijn voorstel op. Met de huidige techniek is 80 procent goed te realiseren voor mineralenconcentraat, en er is een duidelijk verschil met de werkingscoëfficiënt van onbewerkte mest.”

“Voor productcriteria geldt nu nog voor vloeibare meststoffen dat het product minimaal 2% stikstof, 2% kalium en 2% fosfaat moet bevatten”, verduidelijkt Huitema de samenstelling. “Ik heb een voorstel ingediend om dat naar 1% te brengen, omdat de 2% een lastige voorwaarde is voor mineralenconcentraat. Je kan het verder concentreren naar 2%, maar dat vraagt heel veel energie en is niet efficiënt. Bovendien kan een hogere concentratie tot meer vervluchtiging via ammoniak zorgen en kan het verbranding van het gewas veroorzaken. Het eindproduct moet in totaal minimaal 3% stikstof, kalium, of fosfaat bevatten.”

“Ik krijg soms de vraag of kunstmestproducenten zullen kunnen leven met dit voorstel”, gaat Huitema verder. “Maar ik denk dat ze nog niet echt bang zijn dat dit een groot succes wordt, omdat de Nitraatrichtlijn beperkend is. Bovendien kunnen kunstmestproducenten de grondstoffen uit dierlijke mestverwerking ook gebruiken om er weer kunstmest van te maken. Ze zien ook kansen, omdat er bijvoorbeeld vanuit de biologische hoek belangstelling voor is.”

Huitema geeft zijn voorstel een redelijke kans: “Ik ben positief. Hergebruik van mineralen is goed voor de circulaire economie en het milieu. Ik verwacht in de landbouwcommissie van het Europees Parlement zeker een meerderheid te halen. Dat hoop ik ook in de milieucommissie en de commissie voor interne markt, net door die ongelijke behandeling van producten gemaakt van dierlijke mest op dit moment. De bezorgdheid vanuit de milieuhoek over het gebruik van mineralenconcentraat en het effect op de waterkwaliteit zal het lastigste zijn. Dat is de reden waarom ik een minimale werkingscoëfficiëntie in mijn voorstel opneem.” In mei zal het voorstel worden besproken in de verschillende commissies, de inwerkingtreding zou ten vroegste voor 2018 zijn.

Bron: VILT, ism Boerderij 



Created by Westsite