logo print   VCM vzw | Abdijbekestraat 9 | B-8200 Brugge
Tel. +32 (0)50 407 201 | info@vcm-mestverwerking.be


 


Lees meer over de technieken op deze pagina's.
line

Mestgassen

 

Elk jaar vallen er slachtoffers door mestgassen. Het gevaar wordt onderschat, ook door ervaren mensen. Mensen realiseren zich onvoldoende hoe bij werken met drijfmest dodelijke mestgassen vrijkomen. En veiligheidsmaatregelen zijn geen routine!
Kom alles te weten over de veiligheidsaspecten van mestgassen in mestputten, mestsilo’s en mesttanks in deze rubriek.

Probleem van de 21ste eeuw (?)
Mestgassen bestaan al heel lang en zorgde ook in het verleden voor verschillende (dodelijke) ongevallen met mens en dier. De situatie blijkt er niet op vooruit te gaan ook al beschikken we nu over een bredere kennis. Hoe komt het dan dat er nog steeds ongevallen gebeuren?

Strengere milieuwetgeving (emissiearme roosters, afdekken mestsilo, …) en aanscherping van het mestbeleid (uitrijperiode, minder mest uitrijden,…) hebben ertoe geleid dat de mest gedurende een langere periode opgeslagen wordt in grotere, afgesloten ruimtes. Geurproblematiek wordt steeds een belangrijker issue in onze maatschappij waardoor alles zo goed mogelijk afgesloten wordt van de buitenlucht.

Bij het opslaan van mest gedurende langere periodes, treedt korstvorming op waaronder de mestgassen zich kunnen opstapelen. De mestgassen ontstaan door het rottingsproces van organisch materiaal en bestaan voornamelijk uit ammoniak, methaan, koolstofdioxide en waterstofsulfide.

Het toevoegen van andere organische meststoffen aan ruwe mest, zoals spuiwater, kan aanleiding geven tot de vorming van extra mestgassen. Sommige gassen zijn zwaarder dan lucht en blijven daarom hangen boven de mest. Niet alleen spuiwater, maar ook ander organische stromen (bv. mest met een andere samenstelling) en grote hoeveelheden voer, die accidenteel in de kelder terecht komen, kunnen voor een hevig opstoot mestgassen zorgen.

Het gevaar schuilt achter een klein hoekje
Een routinematig werk dat lange tijd geen problemen met zich meebrengt, leidt tot verslapping van de aandacht voor het risico. Net op dat moment slaat het noodlot toe.

Lege silo’s en mestkelders betreden voor herstellingen of reiniging vereisen nog steeds waakzaamheid. Een zeer kleine hoeveelheid mest kan voldoen mestgassen vrijstellen om een dodelijke afloop tot gevolg te hebben, zowel voor mens als dier. De mestgassen kunnen zich in de poriën van de betonnen muren opstapelen. Zonder voldoende te verluchten blijven de gassen hangen in de vaak besloten ruimtes. Voldoende verluchting is dus op elk moment het minimum wat ondernomen moet worden. Zelfs na verluchting van silo’s/kelders is er geen 100% zekerheid en moeten er nog steeds andere voorzorgsmaatregelen genomen worden, zoals persluchtondersteuning, gasmeter, etc. om de risico’s zoveel mogelijk te vermijden.

Ook in goed verluchte stallen kan het noodlot toeslaan. Dode hoeken in de stal of ventilators die tegen de wind in blazen, zorgden in het verleden meermaals voor (dodelijke) ongevallen.

Tijdens het mixen is het niet alleen gevaarlijk boven de rooster, maar ook op de overgang tussen dichte vloer en roosters, boven het mixgat en in de trekker. Bij een open achterraam van de trekker is het extra link doordat de gassen in de cabine blijven hangen.

Het wordt bijzonder link als het niet meer stinkt
Waterstofsulfide, vaak beter bekend als zwavelwaterstof, kan door mensen met een gemiddelde neus al in een erg lage concentratie worden geroken. Deze stof is dan ook de voornaamste oorzaak van stankklachten in de buurt van mestopslagen en biogasinstallaties. Het is een zeer corrosief, bijtend gas die cement en metalen aantast (koper wordt blauwgroen).

Mest heeft sowieso al een geur waardoor gevaarlijke concentraties mestgassen niet zo snel gedetecteerd worden. Bij een concentratie van 100 ppm H2S in de lucht wordt na korte tijd de neuszenuw uitgeschakeld, waardoor men het niet meer ruikt. Vandaar dat het link wordt als het niet meer stinkt! Op het moment dat er geen geur meer is, is het vaak te laat. Dit is dus geen maatstaf of iets waarop men kan vertrouwen. Vanaf ca. 1000 ppm is slecht één ademteug voldoende om onmiddellijk bewusteloos te raken en snel te overlijden.

Meer dan 50% van de slachtoffers zijn omstaanders die hulp bieden
Bij een ongeval met mestgassen zijn het aantal omstaanders meestal beperkt, waardoor men zich aangesproken voelt om te hulp te schieten. Bovendien zijn de omstaanders vaak familie-leden, collega’s of bekenden van het slachtoffer. Zij schieten sneller impulsief te hulp, zonder adequate bescherming.

De onervarenheid, de tijdsdruk en de stress zorgt ervoor dat de situatie niet uitvoerig doordacht wordt vooraleer de ruimte te betreden. Wanneer iemand in een noodsituatie verkeert tgv mestgassen is de kans groot dat er nog steeds mestgassen aanwezig zijn en de hulpverlener ook bedwelmt raakt.

Kuilgassen
Ook bij gedekte kuilen kunnen gevaarlijke gassen, zoals kooldioxide (verstikkend) en nitreuze gassen (zeer giftig), vrij. Deze zijn zwaarder dan lucht waardoor ze laag blijven hangen.

CO2 wordt continu gevormd in de kuil en het gevaar blijft; na vier maanden is er nog steeds 58% CO2 aanwezig.

De nitreuze gassen komen vooral vrij tijdens de eerste twee weken na inkuilen. De vorming start onmiddellijk na het inkuilen en is sterk afhankelijk van de hoeveelheid stikstof in het gewas. Deze gasvormingen kunnen vooral herkend worden aan roodbruine dampen, dode planten (grijswit verkleurd), dode dieren (wormen, insecten, muizen) rond de punt, oranje bruin verkleurde maisresten, etc.










 
Mestgassen


Created by Westsite