logo print   VCM vzw | Abdijbekestraat 9 | B-8200 Brugge
Tel. +32 (0)50 407 201 | info@vcm-mestverwerking.be


 


Lees meer over de technieken op deze pagina's.
line

Enquête 2013

 

VCM-enquete: Stand van zaken 1 januari 2013 - 31 december 2013


Mestverwerkingscapaciteit en export ruwe mest opnieuw gestegen in 2013
 
In vergelijking met het jaar 2012 is de Vlaamse operationele mestverwerkingscapaciteit, exclusief export met ongeveer 1,8 miljoen kg stikstof toegenomen (+8,3%) in 2013. Deze conclusie kwam naar voren uit de resultaten van de recente VCM-enquête. Naar jaarlijkse gewoonte bevraagt het VCM de mestverwerkingssector over de stand van zaken en evoluties in de mestverwerking in Vlaanderen. Uit de resultaten van deze bevraging blijkt dat in 2013 34,8 miljoen kg stikstof (N) uit dierlijke mest werd verwerkt (incl. export), dit betekent een stijging van 12% tegenover 2012. Het grootste gedeelte (46%) van de N-verwerking werd gerealiseerd door de verwerking van pluimveemest (9,5 miljoen kg N) en de export van ruwe pluimveemest (6,5 miljoen kg N). De verwerking van varkensmest (incl. export) leverde een operationele capaciteit van 15 miljoen kg N op (39%).

Export van onbehandelde mest in stijgende lijn
Sinds 2010 is de export van ruwe varkensmest voor spreiding op landbouwgronden in Zeeuws-Vlaanderen toegelaten. In 2013 steeg de export van ruwe varkensmest met 51% of 591.000 kg N tot een totaal van 1,7 miljoen kg N. De export van ruwe varkensmest vertegenwoordigt 5% van de totale operationele mestverwerkingscapaciteit in Vlaanderen.
De export van ruwe pluimveemest steeg ook in 2013 met 18,7% tegenover 2012. Dit is een stijging van 1 miljoen kg N. In totaal is de export van ruwe pluimveemest goed voor 6,5 miljoen kg verwerkte N of 19% van de totale operationele mestverwerkingscapaciteit in Vlaanderen.
21% vrij beschikbare capaciteit
VCM vergelijkt jaarlijks de beschikbare (gebouwde) met de operationele (reeds ingevulde) capaciteit in de operationele installaties in Vlaanderen. In 2013 werd een verschil van 21% tussen beschikbare en operationele capaciteit vastgesteld. Dit is te wijten aan het feit dat installaties in opstartfase nog niet op volledige capaciteit draaiden, maar ook aan het feit dat bepaalde installaties onvoldoende mestaanvoer hadden door de toegenomen rechtstreekse export van ruwe mest. In 2015 is er echter een daling van de fosfornormen voorzien, en treedt het nieuwe Mestactieplan in werking, waardoor verwacht kan worden dat de vrij beschikbare capaciteit in 2015 zal afnemen.
Zeven nieuwe installaties in 2013
Vlaanderen telde in 2013 in totaal 129 operationele mestverwerkingsinstallaties. Daarvan zijn er 7 die in 2013 zijn opgestart: 5 biologische mestverwerkingsinstallaties, 1 co-vergister die de dikke fractie indroogt en 1 mestverwerker die vaste mest droogt. De biologie is nog steeds de meest toegepaste techniek (83 installaties), gevolgd door droging (17 installaties), totaalverwerking (13 installaties) en biothermische droging (11 installaties). De totaalverwerkers zijn vooral biogasinstallaties die het digestaat integraal verwerken door een combinatie van technieken of door een integrale droging gevolgd door export.

West-Vlaanderen blijft belangrijkste provincie

 

In de provincie West-Vlaanderen wordt 62,9% van de totale verwerkingscapaciteit in Vlaanderen gerealiseerd (uitgedrukt in tonnages). De verwerking in Antwerpen komt op de tweede plaats met 14,5% gevolgd door Oost-Vlaanderen en Limburg met 11,2%. In Vlaams-Brabant (0,1%) wordt slechts een heel beperkt aandeel mest verwerkt. Het aandeel van West-Vlaanderen is ten opzichte van 2012 wel met 5,7% afgenomen.
 
Een gedetailleerde bespreking van de enquêteresultaten kan u vinden in het rapport “VCM-enquête Operationele Stand van zaken Mestverwerking 2013”.
 



 


Created by Westsite