logo print   VCM vzw | Abdijbekestraat 9 | B-8200 Brugge
Tel. +32 (0)50 407 201 | info@vcm-mestverwerking.be


 


Lees meer over de technieken op deze pagina's.
line

Effluenten

 

Een veel gebruikte techniek voor de verwerking van varkens- en rundveedrijfmest is de biologie. Hierbij wordt de mest gescheiden in een dikke, vaste fractie en een dunne, vloeibare fractie. Daarna wordt de stikstof in de dunne fractie verder verwijderd door omzetting naar stikstofgas (N2) in de biologie. Het effluent na biologie wordt terug op Vlaamse landbouwgrond gebruikt als een kaliummeststof.
 
Effluenten bevatten veel minder stikstof en fosfaat en hebben dus een andere samenstelling dan ruwe mest. Hierdoor wordt effluent gebruikt als een kaliummeststof in plaats van een stikstof- of fosfaatmeststof.
 

Samenstelling effluent

Effluenten na biologie bevatten slechts nog 10-20 % van het oorspronkelijke fosfaat van de ruwe mest en minder dan 10 % van de oorspronkelijke stikstof. Oplosbare nutriënten zoals kalium, natrium en chloriden zijn grotendeels nog in het effluent aanwezig. Calcium en magnesium daarentegen blijven bij de scheiding voornamelijk achter in de dikke fractie.  
 
Gezien de mogelijke variatie is kennis vna de samenstelling van het effluent vereist voor een goede bemesting. Hiervoor moeten analyses van het effluent genomen worden. 
Gemiddelde samenstelling effluent
 
kg/1.000 liter
Droge stof
12.5
Organische stof
3.6
Stikstof totaal (N)
0.5
Fosfaat (P2O5)
0.4
Kalium (K2O)
4
Magnesium (MgO)
0.1

K-bemesting

Effluenten bevatten veel minder stikstof en fosfaat dan ruwe mest waardoor grotere hoeveelheden kunnen toegediend worden. Door hun hoog kaliumgehalte, in vergelijking met stikstof en fosfaat, worden effluenten gebruikt als een kaliummeststof. De te gebruiken hoeveelheid is afhankelijk van het bemestingsadvies voor kalium. Effluenten kunnen dienen als alternatief voor minerale kaliummeststoffen.
Om te voldoen aan de volledige voedingsbehoefte van de teelt, kan in functie van de samenstelling van het effluent en het bemestingsadvies, een geschikte combinatie gemaakt worden met ruwe mest of andere organische of minerale meststoffen. 
 

Bemestingsnormen

De bemestingsnormen uit het mestdecreet zijn van toepassing. De opgegeven normen zijn maximale waarden. De optimale teelttechnische bemesting kan lager zijn afhankelijk van de bodemreserves en de teelt.

Maximale toediening:
                - Ndierlijk: 170 kg/ha
                - Nwerkzaam: afhankelijk van de teelt
                - P2O5 : tussen 45 kg en 115 kg/ha afhankelijk van teelt en bodemklasse
 
Bij toediening van 50 ton effluent (0,5 kg N/ton en 0,4 kg P2O5/ton) mag men nog onderstaande hoeveelheden opbrengen:
· Of 17 ton zeugen mengmest
         (4,4 kg N/ton & 2,9 kg P2O5/ton)
· Of 10 ton vleesvarkens mengmest     
         (8,1 kg N/ton & 5 kg P2O5/ ton)
· Of 35 ton runderen mengmest           
         (4,8 kg N/ton & 1,4 kg P2O5/ton)
· Of 10 ton vleesvarkens brijbakken mengmest                                                                 
        
(9,2 kg N/ton & 4,9 kg P2O5/ton)

Voor effluenten die een laag gehalte aan ammoniakale stikstof bevatten (N<1kg NH4-N/1000 liter) is een emissiearme toediening niet verplicht. In sommige gevallen kan beregening toegepast worden.
 

GEBRUIK

Effluenten die minder dan 0,6 kg N/ton bevatten mogen bovendien in de winter uitgereden worden met een maximumbemesting van 30 kg N/ha, waarvan 10 kg minerale N. De volledige uitrijregeling voor effluent kan hier geraadpleegd worden.
 
Voor beide uitzonderingen moet een toelating (een attest) verkregen worden van de Mestbank. Bij elk transport moet een kopie van het attest aanwezig zijn. Het benodigde attest verkrijgt uw transporteur gratis van de producent van het effluent.
 
Effluenten zijn waterrijk. Tijdens nattere periodes moeten ze daarom beredeneerd toegediend worden zodat dit geen nadelige invloed heeft op de structuur van de bodem.
 

zoutgevoelige gewassen

Bij gebruik van te grote hoeveelheden naargelang de teeltbehoefte, kunnen zouten ophopen in de bodem en kan er schade optreden bij zoutgevoelige gewassen.
 
Zoutgevoelige gewassen: peulvruchten, wortelen, uien,...
Matige zoutgevoelige gewassen: maïs, aardappelen, kolen, selder, sla, radijzen, klaver, luzerne.
Matige tolerante gewassen: rogge, tarwe, spinazie, gras.
Tolerante gewassen: gerst, suikerbieten, asperges.

De zouttolerantie van planten is het laagst tijdens de kieming en bij jonge zaailingen.

EFfect van chloor op de gewasgroei
 

Chloor is een essentieel element vooral voor suikerbieten, tarwe en gerst. Aardappelen zijn chloorgevoelig, m.a.w. opbrengstreductie door chloorschade moet vermeden worden. Men kan dit vermijden door de totale chlooraanvoer bij bemesting in de lente te beperken tot 75 kg Cl-/ha op zandgronden en tot 150 kg Cl-/ha op leemgronden. 
 

Toe te dienen hoeveelheid

Het effluent bevat i.f.v. de ruwe mest gemiddeld 2-3 kg Cl-/ton. Bij gebruik van te grote hoeveelheden naargelang de teeltbehoefte, kunnen zouten ophopen in de bodem en kan er schade optreden bij zoutgevoelige gewassen.

De toe te dienen hoeveelheid hangt af van het kaliumbemestingsadvies. We raden toch aan om niet meer dan 50 ton effluent/ha te gebruiken. Op graasweides is dit van groot belang. Luxeconsumptie van kalium beperkt de magnesiumopname, dit kan leiden tot kopziekte bij vee.

 
Akkerbouwgewassen kg K2O/ha
Vroege aardappelen 300
Consumptieaardappelen 300
Suikerbieten 300
Voederbieten 300
Wintertarwe 80
Wintergerst 80
Voedermaïs 220
Korrelmaïs 150
Vezelvlas 150
Koolzaad 360

 
Groenteteelt in open lucht kg K2O/ha
bloemkolen 300
Wortelen 300
spinazie 300
prei 260
spruitkolen 220
witloofwortelen 150
bonen 150


Meer informatie over het aanvragen van de attesten voor het niet-emissiearm aanwenden van effluenten en het uitrijden van effluenten in de winter? klik hier

Laatste aanpassing juli 2015

 


Created by Westsite